Historische Vereniging Voorburg

Geloofsvragen zijn van alle tijden | Voorburg september 1922

Van oudsher wordt in de protestantse kerk op het scherpst van de snede gedebatteerd. Niet voor niets staan in sommige plaatsen tal van verschillende protestantse kerken, waarbij het voor een buitenstaander vaak niet eenvoudig is om aan te geven wat nu precies het verschil is.

Op 27 september 1922 overleed Pieter Johannes Muller in Voorburg. Professor Muller was in 1854 in Den Haag geboren, en had van 1872 tot 1877 theologie gestudeerd aan de Universiteit Groningen. Zijn proefschrift handelde over “De Godsleer van Calvijn uit religieus oogpunt beschouwd en gewaardeerd”. Achtereenvolgens was hij predikant in Steenwijkerwold, Wolsum, Nijmegen, Rotterdam, Amsterdam, Haarlem, en Pretoria. Deels ging het om promoties, maar er waren ook soms harde confrontaties. Dat gold vooral zijn benoeming tot hoogleraar aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam. Zijn leeropdracht was dogmatiek, de geschiedenis van de Nederlands Hervormde Kerk en haar leerstellingen en zendingsgeschiedenis. Een brede leeropdracht, die hij aanvaarde met een oratie met als titel “Denken en dichten – een woord over leerstellige godgeleerdheid”.

muller 1

muller 2

In 1886 voltrok zich een ingrijpende afscheiding binnen de protestantse kerk, de Doleantie. Daarbij verlieten ruim 180.000 ‘dolerenden’ (klagenden) de Nederlands Hervormde Kerk. De dolerenden verzetten zich tegen het vrijzinnige klimaat in de Hervormde Kerk. Zij waren orthodox, en wilden een strakkere binding aan de belijdenis. Abraham Kuyper was daarin de leidende figuur. Hij stichtte onder andere in 1880 de Vrije Universiteit. Afgezien van verschillen in theologische standpunten ging het ook om aardsere vragen als het bezit van de kerkgebouwen. De Hervormden hadden daarbij vaak de overhand gehad. Als reactie daarop slaagden de dolerenden erin, samen met ‘Roomschen en radikalen’ erin om de gemeenteraad van Amsterdam te overtuigen dat zij niet langer de kosten van de hoogleraar van de Nederlands Hervormde Kerk voor hun rekening namen. Dat betekende het einde van het hoogleraarschap. Wel behield hij zijn hoogleraarstitel en kreeg hij levenslang wachtgeld.

Professor Muller had een brede belangstelling, een goed talenkennis, veel aandacht voor filosofie, en hij was een uitmuntend spreker. Hij gaf tal van lezingen, en hij was bestuurlijk zeer actief, van het Nederlandse Zendeling Genootschap tot de Vereniging ter bevordering van de Zondagsrust. Maar dat hij zijn hoogleraarsplaats in Amsterdam verloor en nergens anders een benoeming tot hoogleraar mocht ontvangen, zal hem zeker gehinderd hebben. Zijn vertrek naar Pretoria kan gezien worden als een poging om een nieuw leven te beginnen. Hij miste daar echter de gesprekken over filosofie en theologie, en daarom besloot hij terug te keren naar Nederland.

Sensatiepers actief | Voorburg in augustus 1922

Je hoort vaak dat het ook in de media van kwaad tot erger gaat, met veel aandacht voor ongelukken, die tot op het bot uitgeplozen worden, en waar ook de persoonlijke noot niet mag ontbreken. Wat ging er door u heen, toen u dat ongeluk zag gebeuren, dat soort vragen mogen blijkbaar in een ‘gedegen’ artikel niet ontbreken. En dan kun je soms ook lezen dat het vroeger toch beter was.

Bijgaand artikel laat zien dat men ook in augustus 1922 op deze manier goed kon uitpakken. Het artikel leest bijna als een filmscript. Als het paard van de melkboer op hol slaat, bevindt zich alleen een kleuter van 7 op de bok. Die valt er al snel af. Het paard draaft ferm door, eerst op de Schenkweg, die liep langs het spoor en langs het station Staatsspoor, daarna op de Bezuidenhoutseweg. Twee groentenwagens werden omver gereden, maar het paard ging onverdroten door. Het trok blijkbaar zo hard dat de lemoen, het tuig waarmee het paard aan de wagen vastzat, losraakte en het paard zonder wagen doorrende. Een fietser werd ondersteboven gereden, maar nog altijd zat de vaart er goed in. Wanhopig probeerden omstanders, maar ook een melkverkoper met een kar het paard tegen te houden, maar dat mislukte. Eerst een tweetal kolenrijders lukte het, met hun vossen, het paard in te halen en tot staan te brengen. Daarna kon het paard weer naar de eigenaar teruggebracht worden.

De melkboer was de heer Kok uit Voorburg. Zijn zaak was in de de Johan van Hoornstraat in Bezuidenhout. Hij zal vast rustiger dagen beleefd hebben dan deze woensdag 16 augustus om kwart over negen ‘s ochtends.

1922 augustus paard 1

1922 augustus paard 2

Echte industrie in Voorburg | Voorburg in juli 1922

Je kunt veel van Voorburg zeggen, maar niet dat het een plaats was/is met veel industrie. Één van de weinige uitzonderingen was de ENKES, de Eerste Nederlandse Kogellagers En Schroevenfabriek. En die fabriek stond eigenlijk niet eens in Voorburg, maar in Leidschendam, net over de Kerkbrug aan de Westvlietweg.

De ENKES was in 1912 opgericht. Zij leverde onderdelen aan Van Berkel’s Patent, een onderneming die vleessnijmachines en weegschalen. Deze onderneming zat in Rotterdam. Dat verklaart ook de aanwezigheid van P.J. van Ommeren, een bekende naam in de Rotterdamse haven, als commissaris bij de ENKES. Maar vanwege de Eerste Wereldoorlog, waarin Nederland min of meer afgesneden raakte van Engelse en Duitse leveranciers, paste de ENKES haar productenpakket aan. Zo fabriceerde men nu auto-onderdelen en allerlei gereedschapswerktuigen, zoals draaibanken. Vanaf 1918 nam de diversificatie verder toe, met wisselend succes. Dat de ENKES in 1921 een verlies draaide, zal naar alle waarschijnlijkheid terug te voeren zijn op het moeizame herstel van de internationale handel, zeker met Duitsland. De geallieerden hadden in Versailles afgesproken om de economische macht van Duitsland te breken, met handelsbeperkingen, ontmanteling van bedrijven en met forse lasten die Duitsland aan de geallieerden moest betalen. Daarenboven zorgde de toen snel oplopende inflatie in Duitsland voor nog meer onzekerheid. Maar blijkbaar verwachtte de ENKES dat in 1922 de ergste zorgen achter de rug waren.

De ENKES heeft tot 1975 bestaan, met gunstige jaren, aan het eind van de jaren ’20, vanaf 1937 toen Nederland zich ging herbewapenen, en in de jaren ’60. Maar de economische crisis van de jaren ’30 raakte het bedrijf hard. In 1944 ontmantelde de Duitsers het bedrijf en werden veel machines naar Duitsland afgevoerd. Het bedrijf telde eind jaren ’50 meer dan 300 arbeidsplaatsen. Maar in 1975 moest het bedrijf sluiten, met 200 mensen die toen hun baan kwijt raakten.

1922 juli enkes

Vergadering kiesvereniging | Voorburg Juni 1922

In juni 1922 hield de afdeling Voorburg van de Vrijheidsbond, in de Tweede Kamer bekend als de Liberale Staatspartij, een openbare vergadering. De Vrijheidsbond was in 1921 ontstaan, voortgekomen uit een fusie van een  aantal liberale partijen, de Liberale Unie (opgericht in 1885, gematigd progressief), de Bond van Vrije Liberalen (opgericht in 1906,  sterk geporteerd voor economisch liberalisme) en enkele kleine liberale partijen. Zij kwam in 1921 in de Tweede Kamer, in 1922 ook in de Eerste Kamer.

 

Kiesvereniging juni 1922

 

Deze bijeenkomst in Voorburg was duidelijke gericht op de aanstaande Eerste Kamerverkiezingen, die plaatsvonden op 22 juni 1922. Die, tussentijdse, verkiezingen waren nodig vanwege de Grondwetsherziening van 1919, waarbij vrouwen actief kiesrecht kregen en waarbij de leden van de Eerste Kamer niet meer volgens het provinciale districtenstelsel werden verkozen. De partijen die samengingen in de Vrijheidsbond hadden een aanzienlijke afvaardiging in de Eerste Kamer, 11 zetels op een totaal van 50.  De Vrijheidsbond probeerde met openbare vergaderingen voldoende kiezers enthousiast te maken voor haar standpunten. Vandaar de aandacht voor het Parlement en hoe vrouwen, de nieuwe kiezers, zo goed mogelijk te bereiken. Helaas was het resultaat voor de Vrijheidsbond bedroevend. De verkiezingen leverde de partij slechts één zetel op.

Wellicht had dit slechte resultaat te maken met het ambigue partijprogramma. Waar men in economisch opzicht vooral conservatief was, daar was men op immateriële punten vaak veel progressiever, bijvoorbeeld bij de huwelijkswetgeving en de rechten van de vrouw. De Vrijheidsbond werd als een deftige, burgerlijke partij beschouwd. Een vooraanstaand lid was Benjamin Telders, die zich in de Tweede Wereldoorlog principieel verzette tegen Duitse maatregelen, het opnam voor Cleveringa na diens toespraak, en uiteindelijk in concentratiekamp Bergen-Belsen overleed.

Autoshow en race in Den Haag met Voorburgse deelnemers | Mei 1922

Vorig jaar september 2021 werd weer duidelijk wat een magische aantrekkingskracht snelle auto’s hebben op velen. Natuurlijk, Max Verstappen fungeerde als extra magneet, maar ook zonder Max had een GP op Zandvoort de aandacht getrokken. Ook in het verleden was er veel  belangstelling voor mooie en snelle auto’s. In april 1922 vond de Haagsche Autoshow plaats, met wel 3000 toeschouwers. Het programma was gemêleerd, naast presentaties van (toen) bekende automerken zoals Lancra’s, Delage’s, Horch’s en Hansa Lloyds, en van leuke, kleine auto’s als de Benjamin, was ook de KLM aanwezig en de Haagse verkeerspolitie. De show was beslist een succes en men zou wensen, zoals wethouder Fortuin, dat de Show voortaan jaarlijks zou worden georganiseerd.

auto 1 mei 1922 auto 2 mei 1922

 

 

Ook werden er wedstrijden georganiseerd, met ook hier veel belangstelling. Zelfs jonge ministerie-ambtenaren met linnen slobkousen werden in het publiek gesignaleerd. De coureurs waren overigens vooral uit de regio Den Haag afkomstig. Blijkbaar waren er ook deelnemers uit Voorburg, in de klasse D 4.5 tot 5.5 liter cilinderinhoud. Overigens trokken de motorraces nog meer deelnemers, maar daar had de journalist duidelijk minder mee. Kortom, voor de popularisering van de auto heeft de Autoshow in die jaren een nuttige rol gespeeld.

 

Jan Wils bestuurslid Bond Nederlandse Architecten | Voorburg april 1922

In Voorburg heeft een aantal bekende architecten gewoond, zoals Herman van der Kloot Meyburgh, Rein Fledderus en Jan Wils. Die verwijzing naar Voorburg is ook in bijgaand krantenknipsel te lezen, maar een Voorburgs adres voor Jan Wils is er niet in terug te vinden. Wel is bekend dat Jan Wils tot 1937 op de Westvlietweg 134 gewoond heeft, dat toen tot de gemeente Stompwijk behoorde. Gelet op de nabijheid van Voorburg is de verwijzing in het krantenartikel naar Voorburg niet onbegrijpelijk.

Jan wils april 1922

Jan Wils, geboren in 1891 en  overleden in 1972, was een vooraanstaand en productief architect. Hij werd het meest bekend als architect van het Olympisch Stadion in Amsterdam, gebouwd voor de Olympische Spelen van 1928. Wils heeft ook tal van projecten in Voorburg gerealiseerd, zoals woningen in de Sophiastraat en aan de Koningin Wilhelminalaan (voor de oorlog), woningen en winkels aan de Koningin Julianalaan (na de oorlog), maar ook het tennispark Leeuwenbergh, en als laatste project in zijn loopbaan verpleeghuis Prinsenhof in Leidschendam. Hij was ook voorzitter van de Voorburgse Kunstkring (opgeheven in 1939).

Buiten Voorburg heeft hij, na zijn start in Amsterdam, vooral woningen ontworpen in Den Haag en Rotterdam. Daarbij liet hij zich sterk leiden door de behoefte aan goede en betaalbare woningen. Deze socialistische oriëntatie had hij gemeen met Berlage, met wie hij ook samenwerkte bij tal van Haagse projecten. In de jaren ’10 en ’20 raakte hij ook onder invloed van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright. Hij heeft tal van bedrijfspanden ontworpen, zoals de Citroengarage en het Citytheater in Amsterdam en het kantoorgebouw van de Centrale Onderlinge Bedrijfsvereniging voor Ziekteverzekering in Den Haag. Ook in Rotterdam was hij kort voor de Tweede Wereldoorlog actief. Hij maakte schetsen hoe het terrein van de oude Diergaarde, aan de noordkant van het Oude Westen, heringericht zou moeten worden. Door het bombardement op Rotterdam ontstonden nieuwe vragen, en op tal van plaatsen heeft hij bijdragen geleverd aan ontwerpen voor nieuwbouw, zoals aan de Schiedamse Vest en aan de Goudsesingel.

Wils had een brede interesse. Zo was hij (kort) betrokken bij De Stijl, bij de Nieuwe Haagse School, bij de Haagse Kunstkring. Hij gaf ook sportlessen, zat in tal van nationale en internationale besturen, en was in de jaren ’20 en ’30 zeer nauw betrokken bij de Vrijmetselarij. Hij had goede contacten met binnenhuisarchitecten in binnen- en buitenland. Kortom, een sociaal bewogen, zeer actieve architect, met een brede belangstelling. De in het artikel vermelde toetreding tot het bestuur van de B.N.A. kan als een logische stap in zijn ontwikkeling als architect beschouwd worden.

Een deftig Voorburgs huis | Voorburg 100 jaar geleden

Soms lees je wel eens een artikel over iemand waarvan zijn/haar huis nog in originele staat bewaard is gebleven. Dan gaat het bijvoorbeeld om een jaren ’50 huis, met Bruynzeel keukens, Eames stoelen, behang met bloemen, Perzische tapijten met veel kleuren, Philips radio’s (met radiozenders als Beromünster) en draadomroep, en niet te vergeten de Tomado boekenrekken, met zijn frisse kleuren.  

Voor eerdere periodes zijn er foto’s, maar ook zogenaamde poppenhuizen, die een (verkleind) beeld geven van de inrichting van woonhuizen in vroegere tijden. Zo heeft het Rijksmuseum drie van dergelijke poppenhuizen. Het bekendste is van Petronella Oortman, met een woninginrichting uit de 17e eeuw. Alles was op schaal nagemaakt, zo’n poppenhuis was even kostbaar als een echt grachtenpand. In het Haags Historisch Museum is ook een dergelijk poppenhuis te vinden. Dit exemplaar geeft de inrichting weer van een gegoede familie omstreeks 1910. Lita de Ranitz herstelde daarmee een eeuwenoude, kostbare traditie. Alles moest op schaal gemaakt worden. Het bijzondere aan dit huis waren de moderne voorzieningen, van elektrisch licht tot ligbad, van telefoon tot centrale verwarming. Als klap op de vuurpijl was mevrouw de Ranitz erin geslaagd om befaamde schilders als Toorop, Mauve en Jongkind ertoe te brengen om voor dit poppenhuis passende schilderijen te vervaardigen. Dit poppenhuis alleen al maakt een bezoek aan het Haags Historisch Museum de moeite waard.

Voor Voorburg moeten we het doen met bijgaande advertentie, waarin een complete woninginrichting ter veiling werd aangeboden. De buitenplaats, genaamd ‘Molenwijk’, bevond zich aan de Achterweg 10 (nu Parkweg 7), naast de molen van Baas, die in 1916 werd afgebroken. De buitenplaats was in het begin van de 20e eeuw in slechte staat. Het is dan ook geen verrassing dat deze gesloopt is, kort na 1916, en dat op die plaats architect van der Kloot Meijburg een nieuw door hemzelf ontworpen dubbel woonhuis met kantoor liet bouwen, een huis dat nu bekend staat als de Burcht.

De ‘zeer deftige inboedel’ van de oude buitenplaats wordt uitgebreid weergegeven in bijgaande advertentie. Alles lijkt aanwezig, voor woonkamer, hal, keuken, badkamer, slaapkamers, serre en tuin, met o.a. een Empire salon-ameublement, ‘bureau de ministre’, haarden, schilderijen en brandkasten (meervoud). Het zal aangenaam toeven zijn geweest in ‘Molenwijk’, maar voor het schoonhouden van al dat moois is vast ook aardig wat personeel nodig geweest.

 Zeer deftige inboedel

Echte Friezen gezocht!| Voorburg  februari 1922

In de jaren ’20 was het nog normaal om inwonende huishoudelijke hulp te hebben. Dienstbodes en tuinlieden waren gevraagd, en toen nog betaalbaar - althans voor de ‘betere standen’. Denk in dit verband aan de vele dienstbodes uit Duitsland en Oostenrijk, die in die jaren hun heil zochten in het relatief rijke Nederland.

1922 februari tuinman

In dit geval zocht een gezin een echtpaar zonder kinderen, die zowel binnen als buiten het huis actief zouden kunnen zijn. Er waren tal van aanvullende eisen, vaak bekende, zoals goed kunnende koken, vertrouwd met tuinierswerk en met het onderhoud van auto’s, maar ook vrij opvallende, zoals die ‘van Friese afkomst’. Wellicht kwam het gezin uit Friesland, wellicht hadden Friezen een betrouwbare reputatie, dat valt niet meer na te gaan. Evenmin of er uiteindelijk een dergelijk echtpaar gesolliciteerd heeft en aangenomen is. De adresaanduiding is beknopt, wel de naam van de villa, maar niet het huisnummer. De Voorburgse postbode werd kennelijk geacht alle huisnummers van ‘mensen op stand’ te weten.

Overigens blijkt uit een andere advertentie uit 1920 dat het om Oosteinde 70 ging. In die advertentie uit 1920 werd om ‘een beschaafd meisje’ gevraagd voor een zeer vergelijkbaar takenpakket. Helaas blijkt nergens uit waarom er al na twee jaar weer een vrijwel identieke vacature was in Villa ‘Labor Vincit’. Is de eerste dienstbode wegens slechte werkomstandigheden weggelopen? Kon ze elders meer verdienen? Ging ze trouwen? We kunnen er alleen maar naar raden. Daarnaast, het vrijstaande huis waarin het gezin toen woonde is kort daarop gesloopt, in 1932 kwam daar een rijtje van 4 huizen voor terug, Oosteinde 68-74, huizen die nu ook al weer 90 jaar oud zijn.