Op reis met een beurs | 16 april 1951
Ik verklap geen geheim als ik veronderstel dat jonge kunstenaars zoals letterkundigen, musici en schilders aan het begin van hun loopbaan meestal geen of weinig inkomen hebben. Vandaar dat tal van beurzen juist tot doel hebben om jonge kunstenaars financieel te ondersteunen. Onder andere met beurzen voor studiereizen. Ook in 1951 werden reisbeurzen verdeeld, maar de leeftijd van de ontvangers werd niet meegewogen. De staatssecretaris van O. K. en W. had een commissie van experts om advies gevraagd voor de toekenning van drie reisbeurzen. Uiteindelijk werden twee beurzen toegekend alsmede drie reistoelagen. De redacteur merkte op dat hij de uiteindelijke keuzes begreep, maar dat volgens hem ook gekeken moest worden naar de inkomenspositie van de genomineerden. Juist jonge auteurs hadden behoefte aan dit soort beurzen.
Onder de uitverkorenen was ook Willem Frederik Hermans, die in die jaren in Voorburg aan het Soomerlustplein woonde (zie ook Vluchtige begroetingen, een recente uitgave van Mooi Voorburg, over Voorburgse auteurs). Vergeleken met de andere auteurs die een beurs verwierven, is sindsdien Hermans bekendheid alleen maar toegenomen. Bescheidenheid was niet zijn sterkste eigenschap, maar zijn oeuvre heeft de tand des tijds moeiteloos doorstaan. Volkomen terecht dus dat hij deze beurs ontving. In de ‘Donkere kamer van Damocles’, een roman die gaat over de Tweede Wereldoorlog, figureert ook de Blauwe Tram. Hermans liet een belangrijke ontmoeting plaatsvinden rond station Voorburg, met de HTM tram en met de Blauwe Tram op de Parkweg. Willem Frederik Hermans heeft zijn kennis van Voorburg hiermee duidelijk geëtaleerd.
(Het Binnenhof)