Een vrij uitzicht | 9 december 1926
Iedere gemeente heeft een Schoonheidscommissie. De leden van die commissie moeten goed tegen kritiek kunnen. Ze doen het nooit goed: dan weer te modernistisch, dan weer teveel een hang naar een onbereikbaar romantisch verleden. Of bij de modernisering staat men te lang en te vaak op de rem, of het landelijk karakter van de omgeving wordt hardhandig vernietigd.
Ook 100 jaar geleden kon men dergelijke commentaren lezen. Dat betrof de bouw van een pand op de hoek van de Zwartelaan en de Parkweg. Nu zit er een Griek, vroeger Canterbury, terwijl er ook een aantal appartementen te vinden zijn. Zeker, toen was de verkeerssituatie gecompliceerd met de blauwe tram, en later de afrit van de A12 met een rotonde. Tegenwoordig met alle auto’s, fietsen en andere voertuigen en een druk busstation. En ja, de bocht naar de Parkweg was en is een flessenhals. De briefschrijver maakt duidelijk dat haast iedere aanpassing ten koste gaat van het landelijke karakter, en dat winkels hier echt niet thuis horen, maar dat een groter plantsoen (maar wel zonder poffertjeskraam !) wel een gewenste invulling zou zijn.
Het heeft niet geholpen: die geplande gebouwen zijn er toch gekomen.
(Avondpost)