Reislustig | 1 oktober 1926
De mare gaat dat Nederlanders een reislustig volkje zijn. En daar zit wel een kern van waarheid in. Lopend langs een smal pad langs een steile kust in Verwegistan kom je vrijwel zeker Nederlanders tegen, die zich direct door taal en kleding verraden. En lees de wanhopige berichten van BN-ers, die een dure reis boekten naar een afgelegen oord om daar tot rust te komen, en dan geconfronteerd worden met de vraag: “Mag ik een selfie maken met u?”
Maar ook 100 jaar geleden waren Nederlanders al vaak op pad. Bijgaand artikel geeft daarvan een mooi voorbeeld. Drie padvinders, uit Katwijk, Den Haag en Voorburg, waarschijnlijk rond de 20 jaar, vertrokken te voet (‘pedes apostolorum’ – letterlijk ‘met de voeten van de apostelen’) naar het Zuiden. Helaas is niet bekend wie de Voorburger was omdat in het krantenbericht geen namen staan. .
Om aan de kost te komen, werden prentbriefkaarten verkocht met daarop hun eigen konterfeitsel in padvindersuniform. Ook Italië werd bereikt, waarna de boot naar Malta en Noord-Afrika werd genomen. Dat zou al een bijzondere reis geweest zijn, maar de heren gingen door, met de boot naar Bombay, lopend en kamperend dwars door India naar Calcutta, waarna ook China doorkruist werd. Uiteindelijk werd Yokohama in Japan bereikt, waarmee deze drie koene reizigers op het eindpunt van hun reis waren beland. Via China terugkeren bleek echter onmogelijk: te onveilig. Daarop riep het drietal de hulp van de Nederlandse overheid in. Dankzij financiële hulp van de Nederlandse regering kon toen de terugreis aanvaard worden.
Hoe dan ook: Lord Baden Powell – de oprichter van de padvinderij - zal trots geweest zijn op deze drie reislustige padvinders.
(Telegraaf)